‘Mijn dochter is de pester van de klas, ze sluit de ‘minder hippe’ meisjes keihard buiten. Wat kan ik doen?’

18.12.2025 14:10
dochter pester

‘Ik had nooit gedacht dat ik dit zou moeten opschrijven, laat staan hardop zou moeten zeggen: mijn dochter is de pester van de klas. Niet degene die wordt buitengesloten, maar degene die buitensluit. Ze lacht niet mee, ze bepaalt wie erbij hoort en wie niet. En de meisjes die niet “hip” genoeg zijn, staan aan de kant. Keihard.

Toen ik het hoorde, voelde ik eerst ongeloof. Daarna schaamte. Dit soort verhalen horen toch bij andere gezinnen? Bij ouders die “niet goed hebben opgelet”? Maar zo werkt het dus niet. Pesten heeft geen vast gezicht. Soms kijkt het je aan vanaf de keukentafel, met dezelfde ogen als jij.

Wat het extra pijnlijk maakt, is dat mijn dochter thuis lief is. Zorgzaam. Zelfverzekerd. Precies dat laatste blijkt op school een wapen. Ze weet hoe groepsdynamiek werkt en gebruikt die kennis niet om te verbinden, maar om te selecteren. En ik moet onder ogen zien dat ze dat ergens geleerd heeft — al is het maar door te zien hoe de wereld werkt.

Ik merk dat ik continu heen en weer ga tussen verdedigen en erkennen. “Zo bedoelt ze het vast niet.” “Het is vast een fase.” Maar ondertussen zijn er meisjes die elke dag voelen dat ze er niet bij horen. Dat is geen fase, dat is schade.

Mijn dochter is de pester

Dus wat kan ik doen? Allereerst stoppen met wegkijken. Niet relativeren. Niet verzachten. Ik moet mijn dochter aanspreken, ook al is dat ongemakkelijk. Haar laten zien wat haar gedrag met anderen doet, zonder haar meteen te veroordelen als ‘slecht’. Want dat is ze niet. Ze maakt keuzes — en keuzes kun je bijsturen.

Ik praat met haar. Niet één keer, maar steeds opnieuw. Over macht, over erbij horen, over hoe makkelijk het is om iemand buiten te sluiten als jij aan de veilige kant staat. Ik stel grenzen: dit gedrag is niet oké, punt. Populariteit is geen excuus voor hardheid.

En ja, ik kijk ook naar mezelf. Naar hoe ik praat over anderen. Naar wie ik wel en niet uitnodig. Naar wat ik “grappig” noem. Want kinderen luisteren niet alleen naar wat we zeggen, ze kopiëren wat we doen.

Ik kan het niet in één gesprek oplossen. Maar ik kan wel verantwoordelijkheid nemen. Door niet te doen alsof dit me niet overkomt. Door mijn dochter te helpen begrijpen dat empathie geen zwakte is, maar een keuze. En dat erbij horen pas iets waard is als niemand daarvoor hoeft te verdwijnen.