‘Sorry, maar ik kan de 4 dubbele namen van mijn nichtjes gewoon niet correct uitspreken’
Ik wil echt mijn best doen. Echt waar. Maar hoe hard ik ook oefen, hoe vaak ik de namen in mijn hoofd herhaal of ze fluisterend voor me uit zeg voordat ik de kamer binnenloop — ik ga de fout in. Elke. Keer.
Mijn nichtjes hebben namelijk vier namen. Vier. Dubbele. Namen.
Twee voornamen per kind. Allemaal zorgvuldig gekozen, allemaal uniek, allemaal met een prachtige betekenis. En allemaal nét te creatief voor mijn brein.
De oudste heet Kayleigh-Novay. Goed, dat is al een mond vol. En toen kwam de tweede meid. Raïssa-Lou. Wat een toestand, dacht ik. Die arme meiden.
Maar goed, dat zeg je niet. Je zegt altijd dat je de naam van je broer zijn kinderen prachtig vindt. Maar onze smaken verschillen, dus.
Uniek is mooi, maar ook… ingewikkeld
Begrijp me niet verkeerd: ik houd van unieke namen. Echt. Ze zijn origineel, ze vallen op, ze zijn anders dan “Emma” of “Lotte”. En ik snap ook helemaal waarom ouders tegenwoordig zoeken naar iets bijzonders — iets dat niemand anders heeft.
Maar wanneer je voornamen kiest die bestaan uit twee niet-alledaagse namen achter elkaar, wordt het ineens een soort tongbreker. Zeker als je ze snel moet uitspreken. Ik hoor mezelf hakkelen als ik ze even wil roepen.
Want, dat vind ik nog het erge… Ze worden altijd Kayleigh-Novay genoemd. Niet alleen Kayleigh. Niet alleen Raïssa. Nee, altijd die twee namen.
Want mijn broer en zijn vrouw zijn er zo trots op.
Nou, mijn eigen dochter heet ‘gewoon’ Olivia. Simpel. Kun je niet zoveel fout aan zeggen, toch?
Maar mijn nichtjes… Vier namen in totaal. Vier combinaties. Vier kansen om het fout te doen. En die pak ik allemaal.
Het probleem is niet dat ik ze niet wíl onthouden — het probleem is dat mijn brein simpelweg weigert om mee te werken.
Er is weinig zo ongemakkelijk als een naam verkeerd uitspreken. Je voelt het meteen. Die korte stilte. Dat verbeterende “het is eigenlijk…”. En jij die dan overdreven enthousiast zegt:
“Ja! Dat bedoelde ik!”
Terwijl iedereen weet: nee, dat deed je niet.
Maar eerlijk is eerlijk
Ik ga het blijven proberen. Natuurlijk. Ik blijf oefenen. Ik blijf verbeteren. En ooit — ooit — roep ik ze allebei foutloos tegelijk.
Maar tot die tijd hoop ik dat mijn nichtjes later vooral onthouden dat ik er was. Dat ik met ze speelde. Dat ik ze knuffelde. En dat ik ze liefhad.
Zelfs al noemde ik ze af en toe per ongeluk bij elkaars naam. Of bij een combinatie die officieel niet bestaat.
Sorry dus. Het ligt niet aan jullie.
Het ligt aan die vier prachtige, unieke, maar lichtelijk verwarrende namen.