‘Op de originele naam van mijn dochter krijg ik positieve reacties, op die van mijn zoon altijd licht negatief’

04.01.2026 16:36

Toen we onze dochter kregen en haar Lune noemden, waren de reacties bijna unaniem enthousiast. “Wat een mooie naam!” “Zo poëtisch.” “Bijzonder, maar niet gek.” Mensen glimlachten erbij, proefden de klank, herhaalden haar naam alsof ze die even wilden vasthouden. Soms volgde er een bekentenis: “Had ik maar zo’n lef gehad.”

Drie jaar later kregen we een zoon. We noemden hem Miro. Geen extreme naam, dacht ik. Internationaal, zacht, creatief. Maar de reacties waren anders. Niet openlijk afkeurend, nooit grof — maar wél aarzelend. Een wenkbrauw die omhoogging. Een stilte van een halve seconde te lang.

“Hmm… Miro?”
“Bijzonder.”
“Is dat geen meisjesnaam?”
Of: “O, net als die schilder?”

Wat me opviel: waar Lune’s naam werd gevierd, moest Miro’s naam zich verantwoorden.

Compliment versus correctie

Bij Lune hoor ik woorden als mooi, lief, dromerig. Haar naam mag zacht zijn, afwijkend, bijna etherisch. Niemand vraagt of ze later wel serieus genomen zal worden. Niemand vraagt of ze hiermee “ver komt in het leven”.

Bij Miro hoor ik iets anders. Apart. Anders. Niet te zacht voor een jongen? Alsof zijn naam iets zegt over zijn karakter dat gecorrigeerd moet worden voordat hij überhaupt kan praten.

Toen ik eens vertelde dat we ook Elio overwogen hadden, reageerde iemand met:
“Voor een jongen? Dat klinkt wel héél gevoelig.”

Over Lune zei diezelfde persoon later:
“Ach, meisjesnamen mogen tegenwoordig alles zijn.”

Origineel, maar niet te veel

Het lijkt alsof originaliteit bij meisjes wordt gezien als een verrijking, maar bij jongens als een risico. Alsof je met een naam als Nova, Jade of Ziva een meisje iets extra’s geeft — en met een naam als Miro, Boaz of Jules een jongen iets afneemt.

Wat precies? Stoerheid? Autoriteit? Een onzichtbare bescherming?

Ik merkte het ook bij andere ouders. Een vriendin noemde haar dochter Aya — lof alom. Haar zoon heet Noé. “Mooi hoor,” zei men, “maar wel een beetje… tja.” Dat tja bleef altijd in de lucht hangen.

Alsof een naam een waarschuwing is

Wat me het meest verbaast, is hoe vaak mensen hun zorgen projecteren op de toekomst.
“Denk je niet dat hij ermee gepest wordt?”
“Later op zijn cv…”
“Op het schoolplein…”

Alsof Miro’s naam een zwakte is waartegen hij beschermd moet worden. Terwijl niemand zich afvraagt of Lune’s naam haar kwetsbaar maakt. Haar originaliteit wordt gezien als kracht; die van haar broer als mogelijke handicap.

Ik vraag me af wat dat zegt over hoe we nog steeds naar jongens kijken. Dat ze sterk moeten zijn, stevig, eenduidig. Dat hun naam geen ruimte mag laten voor twijfel of zachtheid. Dat een jongen eerst moet bewijzen dat hij “tegen een stootje kan”, zelfs via zijn naam.

Wat ik mijn kinderen wil meegeven

Ik heb mijn kinderen niet zo genoemd om op te vallen. Ik heb ze zo genoemd omdat de namen voor míj klopten. Omdat Lune licht en nieuwsgierig klinkt. Omdat Miro open en creatief voelt. Omdat geen van beiden in een mal hoefde te passen.

Misschien is dat precies waarom de reacties zo verschillen. Niet omdat hun namen te origineel zijn, maar omdat we nog steeds anders kijken naar wat we meisjes en jongens toestaan.

Lune mag zacht zijn.
Miro moet zich bewijzen.

En eerlijk gezegd hoop ik dat tegen de tijd dat mijn zoon groot is, niemand nog vraagt of zijn naam “wel kan”. Dat men dan net zo vanzelfsprekend glimlacht bij Miro als nu bij Lune.

Tot die tijd blijf ik rustig antwoorden:
“Ja, we hebben er bewust voor gekozen.”
En dan zeg ik zijn naam nog een keer hardop. Omdat ook die gehoord mag worden.