‘Mijn zoon vindt dat hij een naam heeft voor ‘arme sloebers’ en nu baal ik’
‘Ik had nooit gedacht dat ik me ooit druk zou maken over iets basaals als de naam van mijn kind. Ik heb zijn naam jaren geleden met liefde gekozen. Een naam die warm voelde, vertrouwd, lekker Nederlands. Niet te opvallend, niet te modieus — precies goed voor een jongetje waarvan ik destijds nog geen idee had wat voor persoon hij zou worden.
Maar de laatste tijd zegt mijn zoon steeds vaker dat hij zijn naam stom vindt. “Een naam voor arme sloebers”, zei hij laatst, zonder enige aarzeling. Hij gaat naar een school waar nogal wat kakkers op zitten, zeg maar.
Ik baalde. Echt.
Niet omdat hij zijn naam niet mooi vindt — smaken verschillen — maar omdat ik me ineens begon af te vragen hoeveel van mijn keuze eigenlijk nog bij hem past.
Mijn zoon heet namelijk Hidde. Niets geks aan. Maar het is geen Pepijn, Alexander of Willem, nee.
Hoe een naam ineens een last kan worden
Het begon met een opmerking op school. Iemand had blijkbaar een vervelende grap gemaakt over “mensen met zijn naam”, en kinderen herhalen dat soort dingen zonder filter. Voor ons was die naam gewoon leuk en normaal. Maar op die leeftijd kan elk detail ineens bepalend zijn voor hoe je je voelt in een groep. En ja, ook voor je naam.
Thuis merkte ik dat hij er vaker over begon.
“Waarom heb je me niet gewoon een normale naam gegeven, zoals Max of Olivier?
“Waarom heet ik niet zoals zij of hij?”
“Waarom moest het zo’n goedkope naam zijn?”
Mijn naamkeuze voelde toen perfect — nu ineens niet meer
Toen ik zwanger was, wilde ik vooral een naam die warm en vriendelijk klonk. Een naam die niet schreeuwde om aandacht, geen modegril was, maar ook niet zo klassiek dat hij in de categorie ‘opa-namen’ zou vallen. Ik dacht dat ik de perfecte balans had gevonden.
Maar nu, jaren later, merk ik hoe een naam meekan met de tijd. Hoe trends veranderen. Hoe kinderen elkaars namen waarderen of juist afkraken. En hoe iets dat ooit liefdevol gekozen is, ineens een bron van onzekerheid kan worden.
Niet alleen voor hem, maar ook voor mij.
Mijn zoon vindt deze naam voor sloebers
Nadat ik even door mijn eigen teleurstelling heen moest, realiseerde ik me dat zijn opmerkingen eigenlijk weinig met zijn naam te maken hebben. Het gaat over identiteit. Over erbij horen. Over zoeken naar wie hij wil zijn in een wereld die soms hard en oordeelvol is.
En eerlijk? Ik herken dat maar al te goed. Wie heeft er niet op die leeftijd iets aan zichzelf stom gevonden?
Dus in plaats van zijn naam te verdedigen alsof het mijn persoonlijke kunstwerk is, ben ik anders gaan reageren. Ik vraag wat hij wél mooi vindt. Waar hij zich fijn bij voelt. Soms verzint hij namen voor zichzelf — varianten, bijnaamexperimenten — en ik zie dat dat hem helpt grip te krijgen.
Ik hoop dat hij ooit trots is op zijn naam, mijn Hidde.’