‘Mijn schoonzus claimt niet alleen de familienaam voor jongens, maar ook voor meisjes. Dat doe je toch niet?’

20.12.2025 14:19

‘Ik had het eerst niet eens door. Niet echt, in elk geval.

Het begon met een terloopse opmerking aan de keukentafel. Mijn schoonzus zei lachend — maar net iets te beslist — dat die naam “echt voor haar kinderen” was. Voor jongens, dat wist iedereen al. Een familienaam, al generaties lang doorgegeven. Max, een coole en tijdloze naam.

Maar toen zei ze het ook over meisjes. ‘Als we een dochter krijgen wordt het ook Julia. Zoals al generaties lang gebeurt!’

En toen bleef het hangen.

Wanneer wordt iets van iedereen ineens van één iemand?

Familienamen zijn van niemand.
En tegelijk van iedereen.

Tenminste, dat dacht ik altijd. Namen die door generaties heen zijn gegaan, die je deelt, die verbinden. Niet iets wat je kunt reserveren alsof het een zitplaats in de bioscoop is.

Maar ineens voelde het alsof er een ongeschreven regel was ontstaan. Alsof zij hem had opgeëist. Voor haar toekomstige kinderen. Voor alle varianten. Voor beide geslachten.

En dat voelde… ongemakkelijk. En eerlijk gezegd: onredelijk.

Het is niet wat ze zegt, het is hoe

Misschien had ik het anders gevoeld als het luchtig was gebleven. Als ze had gezegd: “Ik zou het leuk vinden als…” of “Ik hoop dat…”

Maar dit was geen wens. Dit was een claim nu ze zwanger is, en het geslacht nog niet weet. Zij mag alles kiezen, zeg maar. En ook als ze na een meisje een jongen krijgt of andersom. Zij wil die familienamen gewoon allebei gebruiken, zonder enig overleg met haar broer en met mij?

Waarom raakt het me zo?

Ik vraag mezelf af waarom dit me zo bezighoudt.
Het is maar een naam. Er zijn duizenden namen. En toch voelt het persoonlijk.

Misschien omdat namen iets zeggen over afkomst. Over erbij horen. Over geschiedenis.
En misschien ook omdat het voelt alsof mijn ruimte kleiner wordt gemaakt, zonder dat iemand dat hardop uitspreekt.

Alsof ik straks, mocht ik ooit die naam willen gebruiken, degene ben die “iets fout doet”.

De onuitgesproken spanning

Ik heb het niet benoemd.
Niet tegen haar. Niet tegen de rest van de familie.

Want zo gaat dat vaak. Het wordt een stille afspraak waar niemand officieel voor tekent, maar waar iedereen zich toch naar lijkt te schikken.

En ik merk dat ik daar weerstand tegen voel.
Tegen het idee dat harmonie soms belangrijker wordt gevonden dan eerlijkheid.

Wat ik eigenlijk zou willen zeggen

Ik zou willen zeggen:
Dat namen geen eigendom zijn.
Dat familie niet werkt met exclusiviteit.
Dat je iets niet groter maakt door het voor jezelf te houden, maar door het te delen.

Maar ik zeg het niet.

Nog niet.’