‘Mijn dochter zei steeds dat ze geen honger had als we bij opa en oma waren. Pas later begreep ik waarom’’
Iedere keer als we bij mijn ouders gingen eten, gebeurde hetzelfde. Mijn dochter schoof haar bord weg, zei dat ze geen honger had en keek naar haar schoenen. In het begin dacht ik dat ze gewoon kieskeurig was. Kinderen hebben nu eenmaal van die fases, hield ik mezelf voor.
Totdat ik erachter kwam dat er iets heel anders speelde. En achteraf voelde ik me schuldig dat ik het niet eerder had gezien.
‘Mama, ik hoef echt niks’
Mijn dochter was zes toen ik het voor het eerst opmerkte. We aten bijna iedere zondag bij mijn ouders. Gezellig, vond ik. Mijn moeder kookte uitgebreid, mijn vader vertelde verhalen aan tafel en mijn dochter speelde tussendoor met het speelgoed dat nog van mij was geweest.
Toch viel me op dat ze bij mijn ouders nauwelijks iets at.
Thuis at ze haar boterhammen meestal zonder problemen op en ook haar favoriete pasta ging er prima in. Maar zodra we bij opa en oma aan tafel zaten, veranderde ze. Ze prikte wat met haar vork in haar eten, nam hooguit een paar hapjes en zei vervolgens dat ze vol zat.
‘Weet je het zeker? Je hebt bijna niets gegeten’, vroeg ik dan.
Ze knikte en schoof haar bord nog iets verder van zich af.
Mijn moeder probeerde haar soms over te halen om toch een paar hapjes te nemen. ‘Kom op, lieverd. Je vindt dit toch lekker?’ Mijn vader maakte er weleens een grapje over dat ze op deze manier nooit groot zou worden.
Ik deed daar in het begin niet zo moeilijk over. Ik dacht dat mijn dochter gewoon geen zin had in het eten dat mijn moeder had gemaakt. Misschien had ze thuis te veel gesnoept, misschien was ze moe. Er waren genoeg verklaringen te bedenken.
Toch begon het me na een tijdje op te vallen dat ze niet alleen weinig at, maar ook stiller werd zodra we aan tafel gingen.
Thuis vertelde ze iets wat me aan het denken zette
Op een avond, een paar dagen na ons bezoek aan mijn ouders, zaten we samen op de bank. Mijn dochter kroop tegen me aan en vertelde over haar dag op school. Ineens begon ze over het eten bij opa en oma.
‘Mama, moet ik altijd mijn bord leegeten als ik ergens ga eten?’
Ik keek haar verbaasd aan.
‘Nee, natuurlijk niet. Hoezo vraag je dat?’
Ze haalde haar schouders op en trok aan een draadje van haar trui.
‘Maar bij oma moet dat soms wel.’
Ik vroeg wat ze daarmee bedoelde. Eerst zei ze niet veel. Ze wilde niet dat ik boos zou worden, zei ze. Ik stelde haar gerust en vertelde dat ze alles tegen me mocht zeggen, ook als ze dacht dat ik het niet leuk zou vinden om te horen.
Uiteindelijk vertelde ze dat mijn moeder regelmatig bleef aandringen als ze haar eten niet op kreeg. Soms moest ze nog een paar hapjes nemen terwijl ze eigenlijk al vol zat. En als ze dat niet wilde, werd er gezegd dat ze ongezellig deed of dat oma zo haar best had gedaan om te koken.
Mijn dochter vond dat naar. Ze wilde haar oma niet teleurstellen, maar ze vond het ook vervelend dat ze moest eten terwijl ze geen honger meer had.
Ik voelde meteen een steek in mijn buik.
Voor mijn ouders was het waarschijnlijk een onschuldige manier om haar iets te laten eten. Ze waren zelf opgegroeid met het idee dat je je bord netjes leegruimt en dat je niet zomaar eten laat staan. Maar voor mijn dochter voelde het heel anders.
Ze was niet aan het weigeren om lastig te doen. Ze probeerde een situatie te vermijden waarin ze het gevoel had dat ze iets verkeerd deed.
Ik had de signalen niet met elkaar verbonden
Toen ik er eenmaal over nadacht, vielen me meer dingen op. Mijn dochter vroeg voor vertrek steeds vaker of we bij opa en oma gingen eten. Als ik ja zei, wilde ze weten wat we zouden krijgen. Soms zei ze al voordat we de deur uitgingen dat ze geen honger had.
Ik had dat altijd gezien als een teken dat ze geen zin had in het avondeten. Nu begreep ik dat ze zich er misschien al druk om maakte voordat we überhaupt aan tafel zaten.
Ik vond het pijnlijk dat ze blijkbaar al die tijd met dat gevoel had rondgelopen zonder dat ik het doorhad.
Tegelijkertijd moest ik mezelf eraan herinneren dat ik het niet expres had gemist. Ik had het gedrag gezien, maar er een andere verklaring voor bedacht. Ik was ervan uitgegaan dat ze kieskeurig was, terwijl ze eigenlijk probeerde om niemand teleur te stellen.
Dat gebeurt volgens mij sneller dan je denkt. Als ouder zie je wat je kind doet, maar niet altijd meteen wat erachter zit.
Ik besloot het met mijn ouders te bespreken
Ik vond het lastig om mijn ouders erop aan te spreken. Ik wilde ze niet het gevoel geven dat ze iets verschrikkelijks hadden gedaan. Ik wist dat ze dol waren op hun kleindochter en het goed bedoelden.
Toch vond ik dat ik iets moest zeggen.
De volgende keer dat ik alleen met mijn moeder was, vertelde ik wat mijn dochter me had uitgelegd. Ik zei dat ze zich ongemakkelijk voelde als er werd aangedrongen op eten en dat ik graag wilde dat we haar daarin wat meer ruimte gaven.
Mijn moeder reageerde eerst verbaasd.
‘Maar ik wil toch alleen dat ze genoeg eet?’
Dat begreep ik. Ik vertelde haar dat ik dat wist, maar dat het voor een kind vervelend kan zijn om het gevoel te krijgen dat ze moet eten om een volwassene tevreden te stellen.
We spraken af dat mijn dochter zelf mocht aangeven hoeveel ze wilde eten. Natuurlijk bleven we haar gevarieerd eten aanbieden, maar we zouden niet meer aandringen op nog een paar happen als ze aangaf genoeg te hebben.
Mijn moeder moest daar even aan wennen. Ze was gewend om haar liefde te tonen door voor iedereen te koken en vond het moeilijk om eten te laten staan. Maar ze begreep uiteindelijk waarom het voor haar kleindochter belangrijk was.
Het verschil zat in iets kleins
Bij ons volgende bezoek gebeurde er iets wat me bijbleef.
Mijn moeder zette een bord voor mijn dochter neer. Ze at een paar happen en legde daarna haar bestek neer.
Vroeger zou mijn moeder waarschijnlijk hebben gevraagd of ze niet nog wat wilde. Dit keer zei ze alleen: ‘Heb je genoeg gehad, lieverd?’
Mijn dochter knikte.
‘Prima’, antwoordde mijn moeder. ‘Dan ruim ik het zo wel op.’
Ik zag mijn dochter even naar haar oma kijken, alsof ze wilde controleren of ze het echt meende. Toen ontspande ze zichtbaar en begon ze over iets te vertellen wat ze die week op school had meegemaakt.
Het was maar een klein moment, maar voor mij voelde het als een grote verandering. Ze hoefde zich niet langer druk te maken over de vraag of ze iemand teleurstelde door haar bord niet leeg te eten.
Langzaam werd het eten bij opa en oma weer gezelliger. Ze at niet iedere keer evenveel, maar dat was ook niet meer het belangrijkste. Ze durfde weer aan tafel te zitten zonder dat het meteen over haar eten ging.
Wat ik andere ouders graag wil meegeven
Ik heb hiervan geleerd dat gedrag van kinderen soms een heel andere oorzaak heeft dan je in eerste instantie denkt. Een kind dat steeds zegt dat het geen honger heeft, kan gewoon vol zitten. Maar als het gedrag zich vooral in één bepaalde situatie voordoet, is het de moeite waard om eens rustig te onderzoeken wat er speelt.
Dat betekent niet dat er meteen iets ernstigs aan de hand is. Misschien vindt je kind het eten bij iemand anders niet lekker, is het moe of heeft het behoefte aan meer rust. Het kan ook zijn dat het zich onder druk gezet voelt of bang is om iemand teleur te stellen.
Ik probeer mijn dochter nu vaker open vragen te stellen. Niet alleen: ‘Waarom eet je niet?’, maar ook: ‘Hoe vind je het om hier te eten?’ of ‘Is er iets wat je niet fijn vindt?’
En misschien wel het belangrijkste: ik probeer haar te laten merken dat ze eerlijk mag zijn, ook als ze denkt dat haar antwoord iemand verdrietig kan maken.
Want ik wil dat mijn dochter leert luisteren naar haar eigen lichaam. Dat ze mag aangeven wanneer ze genoeg heeft gehad en dat ze niet verantwoordelijk is voor de gevoelens van een volwassene als ze een keer iets laat staan.
Achteraf had ik gewild dat ik eerder had doorgevraagd. Niet omdat ik mezelf iets wil verwijten, maar omdat ik nu weet hoeveel verschil het kan maken als je als ouder even verder kijkt dan het gedrag dat je ziet.
Soms begint dat met één simpele vraag.