‘Er was een meisje in onze straat geboren en op de slinger zag ik haar korte naam. Oei, dat arme kind’
‘Ik stond die ochtend nietsvermoedend de hond uit te laten toen ik het zag: de nieuwe buren een paar huizen verderop hadden een dochtertje gekregen. Over de hele gevel hing zo’n feestelijke geboorteslinger, roze, met vlaggetjes, glitterletters en dat typische “verse baby in de straat”-geluk waar ik eigenlijk altijd een beetje warm van word.
Natuurlijk moest ik even kijken. Ik bén gewoon zo iemand die alle geboortebordjes in de buurt checkt alsof het sportuitslagen zijn. Dus ik stapte iets langzamer, kantelde mijn hoofd en las de naam die in grote glanzende letters hing:
Luz.
En het eerste wat ik dacht — heel onvriendelijk, ik weet het — was:
Oei, dat arme kind.
Niet omdat het geen mooie naam is. Het is kort, stoer, internationaal zelfs. Maar het is ook zo’n naam waarvan ik meteen dacht: hoeveel mensen gaan dit verkeerd uitspreken? Of verkeerd spellen? Of denken dat haar moeder het heeft bedacht omdat ze per ongeluk de laatste letter van Luna vergeten was?
Mijn eerste reflex was dus niet de meest charmante
Ik stond daar op de stoep met een mengeling van verbazing en lichte medelijden, want hoe vaak gaat dit kindje later moeten zeggen:
“Het is Luz, niet Liz.”
“Ja, het is maar drie letters.”
“Ja, dat spreek je uit als Loes. Of eigenlijk… nou ja, een beetje ertussenin.”
Ik hoorde in gedachten al de juffen op de basisschool stuntelen, de opa’s en oma’s die het telkens nét verkeerd zeggen, en de Starbucks-medewerker die er gegarandeerd Lus van maakt.
Maar hoe langer ik ernaar keek, hoe meer het verzachtte
Er was iets aan die naam dat toch wel mooi stond op die vrolijke slinger.
Zonlicht, een beetje Spaans, een beetje fris.
Ik merkte dat mijn oordeel misschien meer zegt over mij dan over die naam.
Misschien ben ik gewoon iemand die houdt van namen die iedereen meteen snapt. Namen zonder uitleg. Namen die niet voelen als een klein taalkundig risico.
En misschien — heel misschien — is dat saai.
Want eerlijk: Luz is best stoer.
Het is anders dan de Sofies in de straat, korter dan de Maeves, origineler dan de Sara’s. Het heeft iets liefs, iets pittigs, iets tijdloos. En ik dacht ineens: als je deze naam draagt, dan heb je waarschijnlijk ook ouders die een beetje lef hebben.
Misschien heeft ze dat zelf later ook.
En daar stond ik dan, met mijn hond, half oordelend, half bewonderend, mezelf langzaam corrigerend… Maar toch. Ik ga zelf liever voor Lynn, Mila of Julia. Klassieker, wat mij betreft…’