‘Ik kon het niet bevatten dat mijn hippe vriendin deze ouderwetse kak-naam koos voor haar dochter’

18.03.2026 16:58

‘Ik kon het echt niet bevatten. Mijn hemel wat een spuuglelijke naam… Oeps. Dat dacht ik.

Mijn vriendin — laten we haar even Noor noemen — is het type dat altijd vooroploopt. Qua stijl, qua muziek, qua restaurants: als iets nét ontdekt is, kent zij het al maanden. Minimalistische outfits, obscure koffietentjes, vakanties naar plekken waar nog geen influencer is geweest. Alles aan haar ademt smaak en een soort moeiteloze coolness.

Dus toen ze zwanger werd, verwachtte ik… tja, iets bijzonders. Een naam die je nog niet kende, maar meteen wilde onthouden. Iets eigentijds, fris, misschien een tikje internationaal.

We zaten samen op haar bank toen ze het vertelde. Ze had die typische glans in haar ogen — een mix van trots en spanning. “We hebben een naam,” zei ze.

Ik ging er goed voor zitten.

“Willemijn.”

Ik weet nog dat ik even dacht dat ik het verkeerd had gehoord.

“Sorry… wat zei je?”

“Willemijn,” herhaalde ze, dit keer nog iets zelfverzekerder.

En daar gebeurde het. Vanbinnen trok alles samen. Dit kon toch niet? Dit was Noor. De Noor die ooit een half uur discussieerde over de perfecte tint beige. De Noor die haar kat een naam gaf die klonk als een Scandinavisch designlabel.

En nu… Willemijn?

In mijn hoofd schoten meteen allerlei associaties voorbij. Degelijke degelijkheid. Dubbele namen. Hockeyvelden en parelkettingen. Iets ouds, iets stijf, iets wat totaal niet paste bij het beeld dat ik van haar had.

Wat een ouderwetse kak-naam

Maar ik glimlachte. Natuurlijk glimlachte ik.

“Mooi,” zei ik, in die neutrale toon die hopelijk niets verraadt.

De dagen daarna bleef het knagen. Hoe meer ik eraan dacht, hoe minder het klopte. Ik probeerde de naam te rijmen met wie zij was, maar het lukte niet. Het voelde alsof iemand met een perfect ingerichte, moderne woning ineens een zwaar eikenhouten buffetkast midden in de woonkamer had gezet.

Op een gegeven moment vroeg ik het toch voorzichtig.

“Waarom deze naam?”

Ze keek me aan, een beetje verrast, maar niet defensief. “Mijn oma heette zo,” zei ze. “Ze was de sterkste vrouw die ik kende. En ergens vind ik het juist mooi dat het niet zo… hip is. Dat het blijft staan.”

Dat had ik niet zien aankomen.

Ineens verschoof er iets. Waar ik eerst alleen een naam hoorde, zag zij een verhaal. Een lijn tussen generaties. Iets wat voor haar betekenis had, los van trends of imago.

En misschien raakte dat wel precies de kern van mijn verwarring.

Ik had haar altijd gezien als iemand die keuzes maakt op basis van stijl en vernieuwing. Maar dit ging daar helemaal niet over. Dit was persoonlijk. Intiem zelfs.

Toen haar dochter werd geboren en ik haar voor het eerst zag, voelde het weer anders. Noor fluisterde haar naam, zacht, bijna eerbiedig: “Willemijn.”

En het paste.

Niet omdat de naam ineens “hip” werd in mijn ogen. Maar omdat het klopte in haar wereld. In hun wereld.

Ik moest er een beetje om lachen, om mezelf vooral. Hoe snel ik had geoordeeld. Hoe overtuigd ik was geweest van mijn eigen smaak als maatstaf.

Vind ik het nu een mooie naam? Eerlijk: nog steeds niet echt mijn stijl.