‘Ik ken echt veel aparte namen, maar deze korte jongensnaam heb ik werkelijk waar maar één keer gehoord’
Ik ben best wat gewend op het gebied van babynamen. In mijn omgeving lopen kinderen rond met namen die klinken alsof ze rechtstreeks uit een Scandinavische thriller komen, met namen die meer klinkers hebben dan letters nodig zijn, en met namen die je drie keer moet horen voordat je ze durft uit te spreken.
Maar één naam heeft me écht verbaasd.
En dat is Benk.
Ja, Benk. Klinkt als Ben, maar dan alsof iemand een extra letter heeft achtergelaten om niet gezien te worden.
De eerste (en enige) keer dat ik hem hoorde
Ik stond op een verjaardagsfeestje van een collega, midden in een huiskamer vol rondrennende kinderen en volwassenen die deden alsof ze een gesprek konden volgen. Op een gegeven moment riep iemand: “Benk, niet op de hond leunen!”
Ik dacht eerst dat ik het verkeerd verstond.
Of dat het een bijnaam was.
Of dat het een soort vrolijke afkorting van Benedict, Benji of Benjamin was.
Maar nee — het was een officiële voornaam.
Op het geboortekaartje had het gestaan, vertelde zijn moeder trots.
Ik moest echt even knipperen.
De naam bleef in mijn hoofd hangen
Terwijl ik die middag mijn koffie vasthield en naar kleine Benk keek — een blond peutertje met stoere laarsjes en zelfvertrouwen voor tien — dacht ik alleen maar: waarom hoor ik deze naam niet vaker?
Het heeft iets simpels, iets stoers, iets bijna oers. Een naam die je in een kinderboek verwacht: “Benk en de verdwenen schatten.”
En tegelijkertijd… niemand heet zo.
Ik bedoel: ik ken kinderen die Wolf, Storm, Lux, Tygo, Nox en zelfs Pipster heten. Maar geen enkele Benk.
Nooit eerder.
Nooit daarna.
Het klinkt alsof het een naam wil zijn, maar net niet geworden is
Wat de naam zo grappig maakt, is dat hij voelt als een spontane creatie.
Alsof de ouders eigenlijk voor Ben gingen, maar op het laatste moment dachten: “Nee, we doen iets originelers. Iets dat niemand anders heeft.”
En daar slaagden ze in, hoor.
Want Benk is uniek… maar ook een beetje alsof je toetsenbord bleef hangen op de K.
Toch werkt het. Gek genoeg.
En misschien is dát het mooie eraan
Bij veel bijzondere namen heb je al snel discussies over “Is dit niet te veel?”, “Kan dit wel op volwassen leeftijd?”, of “Gaat hij hier geen last van krijgen?”.
Maar bij Benk had ik dat niet.
Het is zeldzaam.
Maar het is niet vreemd.
Het is anders.
Maar niet ingewikkeld.
Het past bij een peuter.
Het past bij een volwassene.
Het past zelfs op een visitekaartje.
En het mooiste is: het is precies daardoor blijven hangen.
De enige Benk die ik ooit heb ontmoet
Misschien blijft hij ook wel de enige.
Misschien wordt het ooit een trend.
Of misschien blijft het een naam die alleen op dat ene verjaardagsfeestje bestaan heeft, roepend door de woonkamer terwijl hij bijna op de hond leunde.
Maar één ding weet ik zeker:
Van alle aparte namen die ik ken, was Benk de enige die me nog dagenlang aan het glimlachen maakte.