‘Ik heb spijt dat ik mijn kind niet precies dezelfde naam als het kind van mijn vriendin heb gegeven’
Toen ik zwanger was, wist ik één ding zeker: Als het een meisje werd, zou ze Sofie heten.
Die naam voelde zacht. Tijdloos. Precies goed. Ik zei hem hardop tegen mijn buik en het klopte. Alsof ze al zo heette.
Maar ik noemde haar geen Sofie.
Want Sofie was “al vergeven”
Een goede vriendin van mij kreeg eerder een dochter. Zij noemde haar Sofie. Ik weet nog dat ik glimlachte toen ze het vertelde, en tegelijk iets voelde knappen in mij.
Ik zei niets. Natuurlijk zei ik niets.
Je kunt toch niet twee kinderen in dezelfde vriendengroep Sofie noemen?
Dat voelde ongemakkelijk. Alsof ik iets zou afpakken. Alsof het kinderachtig was. Alsof ik geen originele moeder was.
Dus ik liet het los. Of beter gezegd: ik deed alsof ik het losliet.
Julie werd het
We bladerden door namenlijstjes. Zegden ze hardop. Proefden ze.
En Julie bleef liggen.
Een mooie naam. Een lieve naam. Iedereen vond hem prachtig.
En dat vond ik ook.
Dus noemden we haar Julie.
En op papier was het klaar.
Maar sommige keuzes blijven fluisteren
De vriendschap met die vriendin verwaterde. Niet door ruzie. Niet door drama. Gewoon door het leven. Andere fases. Andere paden.
Nu zien we elkaar niet meer.
En soms, als ik mijn dochter roep, denk ik ineens:
Ze had ook Sofie kunnen heten.
Niet omdat Julie geen goede naam is.
Maar omdat ik die keuze niet helemaal voor mezelf heb gemaakt.
Spijt is een ongemakkelijk gevoel
Ik schaam me ervoor. Want wat zegt dit over mij als moeder?
Mijn kind is gezond. Lief. Zichzelf. Haar naam past bij haar.
En toch is er die steek. Dat gevoel van: ik heb me aangepast terwijl dat niet nodig was.