‘De korte naam die ik laatst hoorde in de speeltuin, is gewoon zo belachelijk dat het zielig is’
‘Ik stond laatst in de speeltuin met mijn dochter toen ik iets hoorde dat me écht even liet stilstaan. Je kent het wel: zo’n moment dat je automatisch om je heen kijkt om te checken of iemand anders het óók heeft gehoord. Mijn dochter was zandtaartjes aan het maken, ik keek een beetje om me heen, en toen hoorde ik een moeder roepen:
“Zon! Kom je? We gaan!”
Ik dacht eerst dat ze haar hond riep. Echt waar. Ik keek zelfs even naar de grond om te zien of er ergens een labrador liep. Maar nee hoor. Uit het speelhuisje kwam een peuter van een jaar of drie gesjokt. Dat was dus Zon.
Ik wist niet of ik moest lachen of huilen. Zon. Zonnetje. Als officiële voornaam. Ik kon alleen maar denken: dit kun je toch niet serieus op een geboorteakte zetten? Het klinkt als een stripfiguur, als een knuffelbeer, als een mascotte van een kinderkoor—maar toch niet als een naam die je aan een echt kind geeft dat later moet solliciteren, rijexamen moet doen, een hypotheek moet aanvragen…?
En luister: ik ben niet iemand die anderen wil lastigvallen met mijn mening over babynamen. Iedereen moet vooral kiezen wat ze mooi vinden. Maar er zit een verschil tussen ‘origineel’ en ‘je kind een levenslange handicap meegeven.’ Je wilt toch dat je kind met zijn naam vooruit kan komen in het leven, niet dat hij elke dag moet uitleggen dat hij geen pluchen speelgoed is.
Sorry, maar deze naam is gewoon belachelijk
Mijn dochter heeft een stevige, tijdloze naam. Sofie. Simpel, duidelijk, en zonder risico dat iemand denkt dat ik haar naar een stripheld of een knuffel heb vernoemd. Maar toen ik daar in die speeltuin stond, voelde ik een soort plaatsvervangende schaamte. Niet voor het kind—dat kan er niets aan doen—maar voor de ouders die dit hebben laten gebeuren.
Later dacht ik nog even: misschien ben ik te streng. Maar hoe langer ik erover nadacht, hoe meer ik ervan overtuigd raakte: sommige mensen willen zó graag uniek zijn dat ze vergeten dat hun kind degene is die met die keuze moet leven.
En eerlijk? Ik hoop oprecht dat Zon later een fantastisch, zelfverzekerd kind wordt dat mijn ongelijk bewijst. Misschien staat hij ooit bovenaan een gebouw, naamplaatje op de deur, en denkt iedereen: ja, dat past.’