‘De bijzonder vreemde naam van onze buurjongen zal ik nooit vergeten, dat arme kind’

02.01.2026 10:06
vreemde naam

De bijzonder vreemde naam van onze buurjongen zal ik nooit vergeten, dat arme kind. Niet omdat hij er zelf iets aan kon doen, maar omdat die naam als een scheef geplakte sticker op hem leek te zitten: te groot, te opvallend, en onmogelijk te negeren.

Ik was nog jong toen hij naast ons kwam wonen. We speelden op hetzelfde pleintje, fietsten rondjes tot het donker werd en deelden soms een zak snoep die eigenlijk te groot was voor twee kinderen. Toch was het eerste wat iedereen over hem zei niet hoe snel hij kon rennen of hoe goed hij was in verstoppertje, maar hoe hij heette. Volwassenen fronsten hun wenkbrauwen, kinderen giechelden. Zijn naam werd een grap, een gespreksonderwerp, een etiket.

Hij heette Roet. 

In de jaren daarna zag ik hoe hij zich steeds meer terugtrok. Hij meldde zich minder vaak als eerste, liet anderen voorgaan bij rollenspellen en leek zich kleiner te maken dan hij was. Alsof hij hoopte dat, wanneer hij maar onopvallend genoeg werd, zijn naam vanzelf zou verdwijnen. Maar een naam blijft. Hij wordt geroepen op het schoolplein, voorgelezen in de klas, gefluisterd achter je rug.

Een beetje een vreemde naam

Pas veel later begreep ik hoe oneerlijk dat eigenlijk is. Een naam zou het begin van een verhaal moeten zijn, geen samenvatting ervan. Toch behandelen we sommige namen alsof ze een voorspelling zijn: van mislukking, van vreemd-zijn, van er niet helemaal bij horen.

Ik weet niet wat er van onze buurjongen is geworden. Soms vraag ik me af of hij zijn naam heeft veranderd, of dat hij hem uiteindelijk met trots is gaan dragen. Wat ik wel weet, is dat ik sindsdien anders luister wanneer ik een naam hoor die “vreemd” klinkt. Want achter elke naam zit een mens, en geen enkel kind verdient het om al bij de eerste kennismaking medelijden op te roepen.