‘Als jij deze jongensnaam wil kiezen, dan noem ik onze zoon gewoon altijd anders, zei mijn man’
Ik dacht dat het een grapje was. We zaten aan de keukentafel, baby-app open, lijstjes naast elkaar. Ik zei de naam hardop. Hij keek me aan, zuchtte en zei toen droog:
“Prima hoor. Maar als jij deze naam kiest, noem ik hem gewoon altijd anders.”
Daar was ‘ie. De eerste echte botsing over de naam van ons kind.
De naam waar ik verliefd op was
Ik was al weken helemaal weg van Sebastiaan. Klassiek, sterk, tijdloos. Zo’n naam die net zo goed bij een peuter als bij een volwassen man past. In mijn hoofd zag ik het al helemaal voor me: een kleine Sebastiaan die later met zelfvertrouwen door het leven zou gaan.
Mijn man voelde… niets.
“Te zwaar,” zei hij.
“Te deftig.”
“Te veel Latijnse les vibes.”
Ik probeerde het te redden:
“Maar we kunnen hem Sebas noemen. Of Seb. Dat vind ik moderner”.
En daar begon het probleem
Want voor mij was Sebas niet hetzelfde. Bas voelde als een andere naam. Korter. Braver. Minder groots. Ik wilde Sebastiaan — mét de mogelijkheid om Bas te zijn, als hij dat later zelf zou willen. Niet andersom.
Mijn man zag het pragmatisch.
“Waarom zou je een naam kiezen die je zelf niet eens volledig gaat gebruiken?”
Ik zag het emotioneel.
“Waarom zou je een naam inkorten voordat hij überhaupt geboren is?”
We hadden dit ook met andere namen
Neem Alexander. Ik vond het prachtig.
Hij zei meteen:
“Dan wordt het Alex. Of Lex. Nooit Alexander.”
Of Benjamin — voor mij warm en zacht, voor hem meteen:
“Ben. Gewoon Ben.”
En zo besefte ik: hij hoorde altijd de afkorting, ik altijd de volle naam.
De onverwachte conclusie
Wat me uiteindelijk hielp, was een simpele vraag:
Kan ik leven met hoe hij hem gaat noemen?
Want eerlijk is eerlijk: als je weet dat je kind in huis altijd anders genoemd gaat worden dan hoe hij officieel heet, moet je daar vrede mee hebben. Anders wordt het een stille irritatie die jaren meegaat.
We zijn er nog niet helemaal uit. Maar één ding weet ik nu zeker:
Een naam kies je samen. En soms betekent dat niet de perfecte naam krijgen — maar een naam waar je allebei niet aan stoort. En waar je geen ruzie om maakt, zeg maar.’