‘Is het erg als ik een maand in het buitenland zit voor mijn werk en mijn baby van 10 maanden thuis laat?’
‘Kan ik voor mijn werk zo lang naar het buitenland? Een maand? Het lijkt lang, maar het is voor de baan die ik heb wel nodig. En ja… Baby’s hebben het nog niet zo door, toch? Het is een vraag waar schuldgevoel, ambitie, liefde en twijfel allemaal tegelijk in zitten.
Toen ik zelf voor het eerst een weekend van mijn baby gescheiden was, voelde het alsof ik twee versies van mezelf had. De ene versie stond op een vliegveld met een laptop in haar tas en een hoofd vol plannen. De andere versie keek naar een foto van een slapende baby en dacht: Wat doe ik eigenlijk?
En nu moet ik nog langer van huis, voor zaken. Ik ben nou eenmaal director of marketing bij een multinational. Maar tuurlijk is het lastig. Want een baby van tien maanden is nog zo klein. Dit is de leeftijd van de eerste woordachtige geluidjes, van kruipen richting alles wat niet mag, van handjes die je gezicht vastpakken alsof je de belangrijkste persoon ter wereld bent. Het idee dat je daar een maand van mist, kan voelen alsof je een hoofdstuk uit een boek overslaat dat je eigenlijk wilde bewaren.
En toch is het leven zelden zo zwart-wit.
Werk kan belangrijk zijn. Niet alleen financieel, maar ook voor wie je bent. Voor veel ouders – moeders én vaders – is werk ook identiteit, ontwikkeling, trots, toekomst. Een buitenlandse opdracht kan een kans zijn waar je jaren voor hebt gewerkt. Het kan ook simpelweg een realiteit zijn van een baan waar je van afhankelijk bent.
Ik moet een maand naar het buitenland
De vraag is dus misschien niet alleen: is het erg?
Maar ook: wat betekent het voor jou, voor je baby en voor je gezin?
Baby’s van tien maanden hebben vooral behoefte aan liefdevolle, stabiele verzorging. Dat hoeft niet altijd uitsluitend van één ouder te komen. Als er thuis een andere ouder, partner of vertrouwde verzorger is die er consequent voor de baby is, kan die hechting gewoon doorgaan. Baby’s zijn veerkrachtiger dan we soms denken.
Dat betekent niet dat het me niets doet.
Voor veel ouders zit de grootste worsteling niet in de baby, maar in henzelf. In de stille momenten van een hotelkamer. In videobellen met een klein gezichtje dat misschien nog niet begrijpt waarom mama in een scherm zit. In het besef dat er nieuwe dingen gebeuren terwijl ik er niet fysiek bij ben.
Maar ouderschap is geen wedstrijd in altijd aanwezig zijn. Het is een lange relatie. Jaren van troosten, spelen, grenzen stellen, lachen, luisteren en er zijn – op duizenden momenten.
Eén maand daarin definieert niet wat voor ouder ik ben, toch?
Ik moet gewoon ruimte maken voor mijn eigen gevoelens. Want het is heel normaal als ambitie en gemis tegelijk bestaan. Liefde en twijfel passen vaak verrassend goed naast elkaar.
Dus is het erg?
Misschien is de eerlijkste antwoord: het kan moeilijk zijn, maar het hoeft niet verkeerd te zijn…’