Lopen jullie als ouders misschien duizenden euro’s per jaar mis? Controleer of je deze 3 toeslagen krijgt
Een kind opvoeden kost flink wat geld. Van boodschappen en kleding tot schoolspullen, sportclubs en kinderopvang: de uitgaven lopen iedere maand op. Gelukkig zijn er verschillende financiële regelingen die ouders kunnen helpen. Toch weet niet iedereen precies waar hij of zij recht op heeft. En juist daar kan het misgaan.
Sommige regelingen moet je zelf aanvragen, terwijl andere afhankelijk zijn van je inkomen, gezinssituatie of belastingaangifte. Heb je kinderen? Dan is het verstandig om deze drie regelingen eens goed te controleren.
1. Kinderopvangtoeslag: krijg je wel het bedrag waarop je recht hebt?
Voor werkende ouders kan kinderopvang een van de grootste maandelijkse uitgaven zijn. Gelukkig betaalt de overheid via de kinderopvangtoeslag een deel van de kosten mee. Hoeveel je krijgt, hangt onder meer af van het gezamenlijke inkomen, het aantal kinderen dat naar de opvang gaat en het aantal opvanguren.
In 2026 kunnen ouders met een gezamenlijk toetsingsinkomen tot ongeveer € 56.000 in aanmerking komen voor een vergoeding van maximaal 96 procent van de kosten die binnen de geldende voorwaarden vallen. Ook ouders met een hoger inkomen kunnen recht hebben op kinderopvangtoeslag, maar het vergoedingspercentage verschilt. De overheid vergoedt bovendien alleen tot de maximale uurprijs. Betaal je meer aan de opvang, dan betaal je het verschil zelf.
Voor dagopvang bedraagt de maximale uurprijs in 2026 € 11,23. Voor buitenschoolse opvang is dat € 9,98. De vergoeding geldt voor maximaal 230 opvanguren per kind per maand en is afhankelijk van de voorwaarden van de regeling.
Een voorbeeld: stel dat je twee kinderen naar de opvang brengt en je partner en jij allebei werken. Je hebt de kinderopvangtoeslag ooit aangevraagd, maar inmiddels is je inkomen veranderd of gaan je kinderen meer uren naar de opvang. Dan is het belangrijk om te controleren of je gegevens nog kloppen.
Geef veranderingen op tijd door aan Dienst Toeslagen. Zo voorkom je dat je minder toeslag ontvangt dan waarop je recht hebt, of dat je later een groot bedrag moet terugbetalen.
Je kunt je persoonlijke situatie controleren met de proefberekening van de Belastingdienst.
2. Kindgebonden budget: misschien heb je recht op extra geld
Naast de kinderbijslag bestaat er het kindgebonden budget. Dit is een bijdrage van de overheid voor ouders met kinderen jonger dan 18 jaar. Of je er recht op hebt, hangt onder meer af van je inkomen, vermogen, het aantal kinderen en hun leeftijd.
In 2026 kan het maximale kindgebonden budget voor een gezin met één kind oplopen tot € 2.573 per jaar. Voor ieder volgend kind kan het maximumbedrag met hetzelfde bedrag toenemen. Voor oudere kinderen gelden extra verhogingen. Alleenstaande ouders kunnen onder voorwaarden ook een aanvullende verhoging krijgen.
Dat betekent niet dat ieder gezin dit bedrag ontvangt. Naarmate het inkomen stijgt, wordt de tegemoetkoming lager. Ook gelden er vermogensgrenzen.
Een concreet voorbeeld: stel dat je samen met je partner werkt en jullie inkomen de afgelopen jaren is veranderd. Misschien verdienden jullie eerst te veel om voor het kindgebonden budget in aanmerking te komen, maar is dat inmiddels anders. Dan kan het verstandig zijn om opnieuw te controleren of jullie recht hebben op deze tegemoetkoming.
Krijg je al kinderopvangtoeslag, huurtoeslag of zorgtoeslag, dan hoef je het kindgebonden budget doorgaans niet apart aan te vragen. Dienst Toeslagen beoordeelt dan automatisch of je ervoor in aanmerking komt. Ontvang je geen van deze toeslagen, dan kan het nodig zijn om het kindgebonden budget zelf aan te vragen via Mijn toeslagen.
Controleer dus niet alleen je maandelijkse toeslagen, maar ook of je situatie sinds je laatste aanvraag is veranderd.
3. Inkomensafhankelijke combinatiekorting: vergeet je belastingaangifte niet
De derde regeling is geen toeslag, maar een belastingkorting: de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Deze regeling kan interessant zijn voor ouders die werken en de zorg voor jonge kinderen combineren.
Om in 2026 in aanmerking te komen, moet je onder meer een kind hebben dat op 1 januari 2026 jonger was dan twaalf jaar en in 2026 ten minste zes maanden tot je huishouden behoren. Daarnaast moet je voldoen aan de inkomensvoorwaarden. Als je een fiscale partner hebt, gelden aanvullende voorwaarden rond jullie arbeidsinkomens.
De Belastingdienst beoordeelt bij de aangifte inkomstenbelasting of je recht hebt op deze korting. Je hoeft daarvoor geen afzonderlijke aanvraag in te dienen, maar het is wel belangrijk dat je de vragen in je belastingaangifte correct invult.
Waarom is dit belangrijk? Stel dat je parttime werkt en je partner meer verdient. Dan kan het de moeite waard zijn om te controleren of jij of je partner aan de voorwaarden voldoet. Het recht op deze korting hangt namelijk af van de precieze situatie. Je kunt niet automatisch aannemen dat degene met het laagste inkomen de korting krijgt.
Controleer bij je belastingaangifte of de inkomensafhankelijke combinatiekorting is meegenomen. Zo weet je zeker dat je geen belastingvoordeel over het hoofd ziet waarop je recht hebt.
Hoe voorkom je dat je geld misloopt?
Het is verstandig om minimaal één keer per jaar je financiële regelingen na te lopen. Veranderingen in je inkomen, het aantal opvanguren, je gezinssamenstelling of de leeftijd van je kinderen kunnen invloed hebben op de bedragen waarop je recht hebt.
Loop daarom deze punten na:
- Kinderopvangtoeslag: kloppen je inkomen, opvanguren en het uurtarief?
- Kindgebonden budget: is beoordeeld of je op basis van je inkomen en vermogen recht hebt op deze bijdrage?
- Inkomensafhankelijke combinatiekorting: is gecontroleerd of jij of je partner aan de voorwaarden voldoet en is de korting verwerkt in de belastingaangifte?
Gebruik voor de berekening altijd de officiële hulpmiddelen van de Belastingdienst. De voorwaarden verschillen per regeling en een bedrag dat voor het ene gezin geldt, hoeft niet voor een ander gezin te gelden.
Ook kinderbijslag is het controleren waard
Naast deze drie regelingen bestaat er kinderbijslag. Ouders die aan de voorwaarden voldoen, krijgen deze tegemoetkoming doorgaans automatisch via de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De hoogte hangt af van de leeftijd van het kind.
Controleer daarom ook of de gegevens bij de SVB kloppen, bijvoorbeeld wanneer je gezinssituatie verandert of je kind een andere woonsituatie krijgt.
Even controleren kan je veel duidelijkheid geven
Niet iedere ouder heeft recht op alle regelingen. Toch kan het de moeite waard zijn om je financiële situatie opnieuw te bekijken, vooral als je inkomen is veranderd of je kinderen meer of minder opvang nodig hebben.
De kinderopvangtoeslag, het kindgebonden budget en de inkomensafhankelijke combinatiekorting kunnen samen een aanzienlijk verschil maken voor gezinnen die aan de voorwaarden voldoen. Je hoeft dus niet meteen uit te gaan van duizenden euro’s die je misloopt, maar je kunt wel nagaan of je alle financiële voordelen benut waarop je recht hebt.
Meer informatie vind je bij de Belastingdienst, Dienst Toeslagen en de SVB.