Je kind doet dit steeds met zijn eten? Het lijkt onschuldig, maar het kan iets met autisme te maken hebben
Je kind eet zijn aardappels altijd eerst op, daarna pas de groenten. Of het mag absoluut niet gebeuren dat de saus tegen de andere onderdelen van het eten aankomt. Misschien vind je het vooral een grappige of soms wat vermoeiende gewoonte.
Toch kan een opvallend sterke voorkeur voor hoe eten eruitziet, wordt aangeraakt of gegeten, bij sommige kinderen voorkomen in combinatie met autisme.
Niet ieder kind dat zijn eten op een bepaalde manier eet is autistisch. Maar juist dit soort kleine, dagelijkse gewoontes kunnen ouders achteraf herkennen wanneer ze meer gaan letten op het gedrag van hun kind.
Eerst het ene, dan pas het andere
Een kind dat zijn eten altijd in precies dezelfde volgorde opeet, hoeft daar natuurlijk niets bijzonders mee te bedoelen.
Misschien vindt het gewoon prettig.
Maar bij sommige kinderen is die vaste volgorde opvallend belangrijk. Geef je bijvoorbeeld pasta met groenten en saus, dan kan het kind eerst alle pasta eten, daarna de groenten en pas op het laatst de saus.
En als je het eten door elkaar husselt?
Dan kan er ineens een groot probleem ontstaan.
Dat heeft niet altijd te maken met smaak. De voorspelbaarheid van het eten kan minstens zo belangrijk zijn.
Ook de manier waarop eten elkaar raakt kan een rol spelen
Sommige kinderen willen absoluut niet dat verschillende etenswaren elkaar aanraken.
Een stukje komkommer dat tegen de aardappelen ligt? Weg ermee.
Saus die per ongeluk over de rijst is gelopen? Het bord wordt misschien zelfs geweigerd.
Voor ouders kan zo’n reactie overdreven lijken. Toch kan de manier waarop voedsel voelt, ruikt, eruitziet of elkaar raakt voor sommige kinderen daadwerkelijk belangrijk zijn.
Bij autisme kunnen zintuiglijke prikkels namelijk anders worden verwerkt. Een bepaalde structuur, geur of temperatuur kan daardoor veel heftiger worden ervaren.
“Maar gisteren at hij het nog wel”
Dat maakt het voor ouders soms extra verwarrend.
Een kind kan maandenlang prima een bepaald voedingsmiddel eten en het daarna ineens weigeren.
Of het accepteert wortels alleen wanneer ze rauw zijn, maar niet wanneer ze gekookt zijn.
Ook dat kan samenhangen met de sensorische eigenschappen van eten. Het gaat dan niet alleen om de smaak, maar bijvoorbeeld om hoe iets knispert, zacht wordt, ruikt of aanvoelt in de mond.
Daarom kan “hij lust het gewoon niet” soms een te simpele verklaring zijn.
Het gaat vooral om het patroon
Eén opvallende eetgewoonte zegt helemaal niets over autisme.
Bij kinderen komen kieskeurigheid en voorkeuren rondom eten namelijk ontzettend vaak voor. Een peuter die alleen witte producten wil eten of een kleuter die weigert wanneer voedsel elkaar raakt, hoeft helemaal geen autisme te hebben.
Het wordt interessanter wanneer het eetgedrag onderdeel lijkt te zijn van een breder patroon.
Denk bijvoorbeeld aan een kind dat:
- sterk vasthoudt aan vaste routines;
- heftig reageert op onverwachte veranderingen;
- bepaalde geluiden, kleding of aanrakingen moeilijk verdraagt;
- opvallend gevoelig is voor geuren of structuren;
- heel intens kan opgaan in bepaalde interesses;
- moeite heeft met sociale situaties of het begrijpen van sociale signalen.
Dan kan het zinvol zijn om verder te kijken dan alleen het eetgedrag.
Waarom eten soms zo belangrijk wordt
Eten is voor kinderen een bijzondere combinatie van verschillende zintuigen. Je proeft, ruikt, voelt, kijkt en hoort tegelijkertijd.
Voor een kind dat bepaalde prikkels sterker ervaart, kan een maaltijd daardoor veel meer zijn dan simpelweg “even eten”.
Een ouder ziet misschien een bord met pasta, broccoli en saus.
Het kind ervaart misschien drie totaal verschillende structuren, geuren en temperaturen die bovendien niet met elkaar mogen vermengen.
Dat verschil in beleving kan verklaren waarom een ogenschijnlijk klein detail voor het kind enorm belangrijk kan zijn.
Wanneer moet je je zorgen maken?
Niet wanneer je kind graag eerst de aardappels opeet.
Ook niet wanneer je kind liever geen saus door zijn eten heeft.
Maar als eetvoorkeuren het dagelijks leven sterk beïnvloeden, kan het verstandig zijn om erover te praten met bijvoorbeeld de huisarts, jeugdarts of een andere professional die het kind goed kent.
Zeker wanneer een kind maar een zeer beperkt aantal voedingsmiddelen accepteert, regelmatig maaltijden overslaat of eten veel stress en strijd oplevert.
Een bijzondere eetgewoonte is dus geen diagnose
Het is verleidelijk om bij opvallend gedrag meteen aan autisme te denken. Toch werkt het zo niet.
Autisme wordt niet vastgesteld op basis van één eetgewoonte. Er wordt gekeken naar het totale ontwikkelingsbeeld en gedrag van een kind.
Een kind dat zijn eten altijd in dezelfde volgorde opeet, kan simpelweg houden van structuur.
Maar wanneer je naast dit eetgedrag ook andere opvallende patronen ziet, kan het wel een stukje van de puzzel zijn.
En misschien is dat juist het interessante aan dit gedrag: wat voor een ouder een kleine eigenaardigheid aan tafel lijkt, kan voor een kind een manier zijn om de wereld voorspelbaar en overzichtelijk te houden.