‘Ik hoorde mijn kinderen iets over mij zeggen en ben er nog steeds verdrietig over’
Ik dacht altijd dat ik een goede moeder was. Natuurlijk, ik ben niet perfect. Ik werk, heb een huishouden dat nooit helemaal af is en probeer ondertussen ook nog een beetje tijd voor mezelf te vinden. Maar ik doe mijn best. Iedere dag opnieuw.
Tot ik op een avond mijn kinderen iets over mij hoorde zeggen. Een opmerking die waarschijnlijk helemaal niet zo bedoeld was, maar die me recht in mijn hart raakte.
‘Mama is vaak zo chagrijnig en boos.’ ‘JA echt!’, reageerde haar jongere zusje.
Ik weet nog precies waar ik stond toen ik dat hoorde. In de keuken, met mijn laptop open en mijn hoofd nog volledig bij mijn werk. En ineens besefte ik me dat mijn kinderen misschien gelijk hadden.
Ik was thuis, maar met mijn hoofd nog op kantoor
Mijn werkdagen zijn druk. Er zijn deadlines, mails die nog beantwoord moeten worden en taken die eigenlijk gisteren al af hadden moeten zijn. En hoewel ik mijn werk met plezier doe, merk ik dat het me steeds vaker moeite kost om na een werkdag echt los te laten.
Als ik de kinderen ophaal, ben ik soms nog bezig met een gesprek dat ik die ochtend had. Tijdens het koken denk ik aan een mail die ik nog moet versturen. En wanneer mijn kinderen iets vertellen, betrap ik mezelf erop dat ik ondertussen alweer nadenk over wat er morgen allemaal moet gebeuren.
Ik ben er wel. Maar soms voelt het alsof ik er niet helemaal ben.
‘Kun je even wachten?’
‘Niet nu, mama moet nog iets afmaken.’
‘Ik heb het al zo vaak gezegd.’
Het zijn zinnen die ik de laatste tijd vaker uitspreek dan me lief is.
En iedere keer neem ik me voor om het de volgende dag anders te doen. Om mijn laptop eerder dicht te klappen. Om niet meer zo gehaast te reageren. Om gewoon even op de bank te gaan zitten en te luisteren naar wat mijn kinderen te vertellen hebben.
Maar dan begint de volgende werkdag.
De opmerking die ik niet meer uit mijn hoofd krijg
Het was op een doordeweekse avond. Ik was boven iets aan het opruimen toen ik mijn kinderen beneden met elkaar hoorde praten.
Ik hoorde mijn naam vallen.
‘Ik vind mama de laatste tijd niet zo gezellig,’ zei een van hen.
Even was het stil.
‘Ja, ze is altijd druk,’ antwoordde de ander.
En toen kwam de zin die me het meest raakte.
‘Bij andere mama’s is het thuis veel gezelliger.’
Ik bleef staan.
Het was niet eens een boze opmerking. Ze waren niet aan het klagen of ruzie aan het maken. Ze praatten gewoon met elkaar. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
Maar voor mij voelde het alsof iemand me een spiegel voorhield.
Ik wilde meteen naar beneden lopen. Uitleggen dat ik niet altijd zo ben. Dat ik hard werk voor ons gezin. Dat ik soms gewoon moe ben en dat er zoveel dingen zijn die geregeld moeten worden.
Maar ik deed het niet.
Ik bleef nog even staan en luisterde naar de stilte die volgde.
En ik voelde me ontzettend verdrietig.
Ik werk zo hard voor mijn gezin, maar vergeet soms waarvoor
Wat me misschien nog wel het meest raakte, was dat ik me ineens afvroeg waarom ik eigenlijk zo hard aan het rennen was.
Ik werk om ons gezin een fijn leven te geven. Om de kinderen leuke dingen te kunnen laten doen. Om de rekeningen te betalen en ervoor te zorgen dat we ons geen zorgen hoeven te maken over alles wat geld kost.
Maar wat hebben ze daaraan als ik ondertussen zo weinig geduld heb?
Als ik tijdens het avondeten nog met mijn werk bezig ben?
Als ik een spelletje afzeg omdat ik nog iets moet afmaken?
Als ik iedere avond uitgeput op de bank zit en eigenlijk alleen maar wil dat iedereen even niets van me vraagt?
Ik weet dat ik niet de enige moeder ben die hiermee worstelt. Veel werkende ouders proberen alle ballen in de lucht te houden en merken dat de stress van hun werk niet zomaar verdwijnt wanneer ze thuiskomen.
Werkstress kan invloed hebben op de manier waarop ouders thuis reageren. Wanneer je hoofd vol zit, kan het bijvoorbeeld moeilijker zijn om rustig te blijven of aandachtig te luisteren.
En dat is precies waar ik mezelf in herkende.
Ik was zo bezig met alles wat ik voor mijn gezin wilde doen, dat ik soms vergat om gewoon bij mijn gezin te zijn.
Ik dacht dat mijn kinderen vooral zouden onthouden hoeveel ik voor ze deed
Als moeder ben je vaak bezig met de praktische dingen.
Hebben ze gegeten? Is hun huiswerk af? Liggen de sportkleren klaar? Heb ik die afspraak bij de tandarts niet vergeten?
Je denkt vooruit, regelt en organiseert. En ergens hoop je dat je kinderen later zullen begrijpen hoeveel liefde daarachter zat.
Maar kinderen kijken daar misschien heel anders naar.
Zij zien niet altijd dat je nog een deadline hebt. Ze weten niet hoeveel werk er achter een volle koelkast zit of hoeveel je moet regelen om een gezin draaiende te houden.
Zij zien vooral dat mama geen tijd heeft.
Dat mama zegt dat ze even moet werken.
Dat mama zucht wanneer er iets misgaat.
En dat mama soms niet zo gezellig is.
Dat besef deed pijn. Want ik wil helemaal niet dat mijn kinderen zich later herinneren dat ik altijd druk was.
Ik wil dat ze zich herinneren dat we samen lachten. Dat ik naar hun verhalen luisterde. Dat ze bij me op de bank konden kruipen zonder dat ik ondertussen op mijn telefoon keek.
Ik wil dat ze weten dat ze belangrijker zijn dan mijn werk.
Maar misschien liet ik dat de laatste tijd niet genoeg zien.
Ik besloot om het gesprek met mijn kinderen aan te gaan
De volgende ochtend heb ik mijn kinderen gevraagd of ze even met me wilden praten.
Ik vertelde dat ik ze de avond ervoor had horen praten. Dat ik hun opmerking niet boos had opgevat, maar dat ik er wel verdrietig van was geworden.
‘Hebben jullie het gevoel dat ik de laatste tijd vaak druk ben?’ vroeg ik.
Ze knikten.
En toen vertelden ze wat ze bedoelden.
Dat ik soms boos word als ze iets vragen terwijl ik aan het werk ben. Dat ik vaak zeg dat ik geen tijd heb. Dat ik tijdens het eten nog met mijn telefoon bezig ben.
Het waren geen grote verwijten.
Het waren kleine dingen.
Maar juist die kleine dingen maakten dat ik besefte dat ik iets wilde veranderen.
Ik vertelde ze dat ik soms veel stress heb van mijn werk. Dat ik daardoor niet altijd even gezellig ben, maar dat dat niets met hen te maken heeft.
En ik zei sorry.
Niet omdat ik nooit meer gestrest wil zijn. Dat zou niet realistisch zijn.
Maar omdat ik wil dat mijn kinderen weten dat ik ook kan erkennen wanneer ik iets anders had willen doen.
Ik wil niet langer alleen maar een moeder zijn die alles regelt
Sinds die avond probeer ik bewuster om te gaan met de overgang tussen werk en thuis.
Dat betekent niet dat ik ineens al mijn werkstress kwijt ben. Ook lukt het me niet iedere dag om mijn laptop op tijd dicht te klappen.
Maar ik probeer kleine dingen te veranderen.
Wanneer ik thuiskom, leg ik mijn telefoon vaker weg. Ik probeer tijdens het eten echt te luisteren. En wanneer ik merk dat ik ongeduldig word, probeer ik mezelf eraan te herinneren dat mijn kinderen niet verantwoordelijk zijn voor de stress die ik op mijn werk ervaar.
Soms lukt dat.
Soms ook niet.
Maar ik probeer het opnieuw.
Want ik wil niet dat mijn kinderen het gevoel hebben dat ze moeten wachten tot mama eindelijk tijd heeft.
Ik wil dat ze voelen dat er ruimte is voor hun verhalen. Voor hun vragen. Voor hun enthousiasme over iets wat voor mij misschien heel klein lijkt.
En ik wil ook dat ze zien dat mama een mens is.
Dat ik soms moe ben. Dat ik soms fouten maak. Maar dat ik daar verantwoordelijkheid voor kan nemen.
Misschien is dit wel de moeilijkste les van het moederschap
Ik dacht altijd dat een goede moeder iemand was die alles goed regelde.
Iemand die ervoor zorgde dat de kinderen niets tekortkwamen. Die hard werkte, vooruitdacht en ervoor zorgde dat het gezin bleef draaien.
Maar misschien is een goede moeder ook iemand die durft te erkennen wanneer het even niet goed gaat.
Die niet alleen haar kinderen leert hoe ze met gevoelens moeten omgaan, maar dat zelf ook probeert.
Die begrijpt dat werk belangrijk kan zijn, maar dat het niet alles hoeft te bepalen.
En die soms gewoon haar laptop dichtklapt, op de bank gaat zitten en vraagt:
‘Vertel eens. Hoe was jouw dag?’
De opmerking van mijn kinderen doet nog steeds pijn.
Maar misschien had ik die spiegel ook even nodig.
Want ik wil niet alleen een moeder zijn die haar kinderen alles geeft.
Ik wil ook een moeder zijn bij wie het thuis gezellig is.
En misschien begint dat niet met minder werken, minder regelen of alles perfect doen.
Misschien begint het gewoon met iets meer aanwezig zijn.