‘Ik heb spijt van de moeilijke naam die ik mijn zoon heb gegeven, het is zielig voor hem’
‘Ik weet nog precies wanneer ik de naam voor het eerst hardop uitsprak. Het voelde bijzonder, bijna magisch. Alsof ik mijn zoon iets unieks meegaf, iets dat hem zou onderscheiden van de rest. Geen standaard naam, geen dertien-in-een-dozijn. Nee, hij zou Eryndor heten. Het klonk als een held uit een oud verhaal, iemand die groots en onvergetelijk zou worden.
In mijn hoofd zag ik het al voor me: leraren die even stilvallen bij het voorlezen van de namenlijst, klasgenoten die onder de indruk zijn, mensen die hem onthouden. Ik was er trots op. Té trots misschien.
Maar de werkelijkheid bleek anders.
De eerste keer dat ik twijfel voelde, was op de peuterspeelzaal. Een leidster keek op het formulier en fronste haar wenkbrauwen. “Eh… Erín… dor?” zei ze voorzichtig. Mijn zoon, nog zo klein, keek haar alleen maar aan. “Ik heet gewoon Sam,” mompelde hij later thuis. Mijn hart brak een beetje, maar ik lachte het weg.
Op de basisschool werd het erger. Kinderen kunnen hard zijn, zonder dat ze het zelf doorhebben. “Eierdoos”, “Eryndeur”, “Error”—elke week leek er wel een nieuwe verbastering te zijn. Hij begon zijn naam zachter uit te spreken, alsof hij hoopte dat niemand hem goed zou horen. Soms stelde hij zich zelfs voor met een andere naam.
Ik had hem iets willen geven dat bijzonder was, maar in plaats daarvan gaf ik hem iets dat zwaar op hem drukte.
Spijt van de moeilijke naam
Laatst vroeg hij me, heel voorzichtig: “Waarom heb je me eigenlijk zo genoemd?”
Ik wist even niet wat ik moest zeggen. Hoe leg je uit dat je ooit dacht dat uniek zijn hetzelfde was als gelukkig zijn?
Nu zie ik het pas echt. Elke keer dat iemand zijn naam verkeerd uitspreekt. Elke keer dat hij zucht voordat hij zichzelf moet voorstellen. Het is geen detail. Het is iets wat elke dag terugkomt.
Als ik het over kon doen, zou ik het anders doen. Iets eenvoudigs. Iets warms. Een naam die je niet hoeft uit te leggen. Misschien gewoon Lucas. Of Milan. Iets wat hij met trots en zonder aarzeling kan zeggen.
Ik wilde hem bijzonder maken. Maar eigenlijk doe ik hem daar geen plezier mee.’