‘Ik dacht dat mijn zoon gewoon druk was, totdat hij hierdoor de diagnose ADHD kreeg’

04.11.2026 19:54
druk kind ADHD

‘Mijn zoon was altijd al een druk jongetje. Hij kon moeilijk stilzitten, praatte honderduit en leek soms wel tien dingen tegelijk te willen doen. Toch maakte ik me daar in eerste instantie helemaal geen zorgen over. Sommige kinderen zijn nu eenmaal wat energieker dan andere, dacht ik. Bovendien was hij vrolijk, sociaal en ontzettend nieuwsgierig.

Maar naarmate hij ouder werd, begon ik steeds vaker te merken dat zijn drukte hem ook in de weg zat. Niet alleen thuis, maar vooral op school. Hij kon zich moeilijk concentreren, vergat voortdurend dingen en leek soms helemaal niet te horen wat iemand tegen hem zei. Pas toen zijn leerkracht een opmerking maakte over zijn gedrag, begon ik me af te vragen of er misschien meer aan de hand was.

‘Hij is gewoon een jongen met veel energie’

Als peuter en kleuter was mijn zoon eigenlijk altijd in beweging. Tijdens het eten wiebelde hij op zijn stoel, bij het voorlezen was hij na een paar minuten alweer afgeleid en een rustig spelletje spelen vond hij behoorlijk lastig.

Toch zag ik daar niet direct iets bijzonders in. Ik kende genoeg kinderen die druk waren en dacht dat mijn zoon gewoon wat meer energie had dan gemiddeld.

Ook wanneer andere ouders opmerkingen maakten over zijn gedrag, wuifde ik die meestal weg. Hij was enthousiast, nieuwsgierig en wilde alles ontdekken. Dat vond ik juist mooie eigenschappen.

Maar toen hij naar de basisschool ging, werd het steeds duidelijker dat hij moeite had met bepaalde dingen die voor andere kinderen vanzelfsprekend leken.

Vooral op school liep hij tegen problemen aan

De eerste signalen kwamen eigenlijk vanuit zijn leerkracht. Mijn zoon vond het lastig om tijdens de instructie op te letten en was regelmatig met iets anders bezig. Wanneer de klas een opdracht kreeg, begon hij soms enthousiast, maar was hij een paar minuten later alweer vergeten wat hij moest doen.

Ook spullen kwijtraken gebeurde regelmatig. Zijn broodtrommel bleef op school liggen, zijn gymtas raakte zoek en huiswerkopdrachten werden niet altijd afgemaakt.

Thuis herkende ik dat gedrag inmiddels ook. Als ik hem vroeg om zijn schoenen aan te trekken, kon hij halverwege ineens met iets heel anders bezig zijn. Een eenvoudige opdracht leek soms wel vijf tussenstappen nodig te hebben.

Toch bleef ik denken dat het vanzelf beter zou worden. Misschien moest hij gewoon wat ouder worden en leren om zich beter te concentreren.

Het huiswerkmoment waarop ik begon te twijfelen

Er was één middag waarop ik me voor het eerst echt afvroeg of er misschien meer speelde. Mijn zoon moest een paar rekensommen maken. Niets ingewikkelds, gewoon een bladzijde uit zijn werkboek.

Ik ging naast hem zitten en legde uit wat hij moest doen. Hij knikte, pakte zijn potlood en begon enthousiast. Maar nog geen twee minuten later zat hij met zijn gum te spelen. Vervolgens moest hij naar de wc, wilde hij iets drinken en zag hij ineens een speelgoedautootje op de kast staan.

Toen ik hem na een kwartier vroeg hoeveel sommen hij had gemaakt, bleek hij nog niet eens aan de tweede begonnen te zijn.

In eerste instantie werd ik geïrriteerd. ‘Je hoeft alleen maar even je aandacht erbij te houden’, zei ik. Maar toen ik zag hoe gefrustreerd hij zelf raakte, voelde ik me schuldig. Hij probeerde het echt, maar het leek hem simpelweg niet te lukken om zijn aandacht bij de opdracht te houden.

Dat moment bleef in mijn hoofd zitten. Misschien was hij niet gewoon een kind dat geen zin had in huiswerk. Misschien kostte het hem daadwerkelijk veel meer moeite dan ik dacht.

Het was niet alleen druk gedrag

Wat ik achteraf misschien wel het moeilijkst vond, was dat ik vooral naar zijn zichtbare drukte keek. Ik had niet door hoeveel moeite hij zelf had met het controleren van zijn aandacht en impulsen.

Hij kon bijvoorbeeld ontzettend gefrustreerd raken wanneer iets niet lukte. Een spelletje dat niet ging zoals hij wilde, kon eindigen in een enorme boosheid. Ook vond hij het lastig om op zijn beurt te wachten of een gesprek niet te onderbreken.

Soms leek het alsof hij helemaal niet nadacht voordat hij iets deed. Hij riep antwoorden door de klas, rende ergens naartoe zonder eerst te kijken en kon moeilijk stoppen wanneer hij eenmaal ergens enthousiast over was.

Achteraf begreep ik dat ADHD veel meer kan zijn dan alleen een kind dat niet stil kan zitten.

De opmerking van de leerkracht zette me aan het denken

Tijdens een gesprek op school vertelde de leerkracht dat ze steeds vaker zag dat mijn zoon moeite had met concentreren en het volgen van instructies. Ze vroeg zich af of we daar misschien eens verder naar moesten laten kijken.

Ik vond dat best confronterend. Natuurlijk wist ik dat hij druk was, maar ADHD? Dat was eigenlijk nooit bij me opgekomen.

Toch besloot ik me erin te verdiepen. Ik las over de verschillende kenmerken van ADHD en herkende steeds meer dingen. Niet alleen het drukke gedrag, maar ook de moeite met plannen, het snel afgeleid zijn en de impulsieve reacties.

Ik maakte een afspraak met de huisarts om te bespreken wat verstandig was.

Uiteindelijk volgde een onderzoek naar ADHD

Via de huisarts kwamen we terecht bij een specialist die ervaring had met ADHD bij kinderen. Tijdens de gesprekken werd niet alleen naar zijn drukke gedrag gekeken, maar ook naar zijn concentratie, impulsiviteit en de manier waarop hij thuis en op school functioneerde.

Ook de ervaringen van zijn leerkracht werden meegenomen. Dat vond ik belangrijk, omdat we thuis soms andere dingen zagen dan op school.

Na verschillende gesprekken en onderzoek kregen we uiteindelijk de diagnose ADHD.

Ik weet nog dat ik allerlei gevoelens tegelijk had. Aan de ene kant was ik geschrokken. Aan de andere kant voelde ik ook opluchting. Er was eindelijk een verklaring voor een aantal dingen waar we al langere tijd tegenaan liepen.

Het betekende niet dat er iets mis was met mijn zoon. Het betekende vooral dat we beter begrepen waarom bepaalde situaties voor hem zoveel moeilijker waren.

Sinds de diagnose begrijp ik mijn zoon beter

Wat voor mij het grootste verschil heeft gemaakt, is dat ik zijn gedrag anders ben gaan bekijken.

Waar ik vroeger dacht dat hij gewoon niet luisterde, probeer ik nu beter te begrijpen waarom het hem soms niet lukt om mijn instructies te volgen. En wanneer hij snel gefrustreerd raakt, weet ik dat daar soms meer achter zit dan alleen ongeduld.

We proberen thuis meer structuur aan te brengen, opdrachten in kleinere stappen te verdelen en hem niet voortdurend op zijn drukke gedrag aan te spreken.

Natuurlijk gaat dat niet altijd goed. Er zijn nog steeds momenten waarop ik mijn geduld verlies en dagen waarop alles moeizaam verloopt. Maar ik begrijp nu beter wat hij nodig heeft.

Achteraf had ik misschien eerder aan ADHD gedacht als ik had geweten dat het zich niet bij ieder kind op dezelfde manier uit.

Want ADHD betekent niet altijd dat een kind voortdurend door de kamer rent. Soms zit het juist in een hoofd dat maar moeilijk tot rust komt, een aandacht die steeds verspringt en een kind dat zelf ook niet goed begrijpt waarom sommige dingen zoveel moeite kosten.