‘Ik dacht dat ik mijn zoon een coole naam had gegeven, maar jaren later valt-ie nergens in de smaak’
Toen ik zwanger was, voelde het als een overwinning: we hadden dé naam. Lekker anders, lekker cool en hip. Tenminste, dat vond ik toen. Maar nu? Jaren later? De naam slaat eigenlijk nergens echt lekker aan, merk ik.
Kenzie.
Kort. Stoer. Internationaal. Niet zo’n dertien-in-een-dozijn-naam, maar ook niet raar. In mijn hoofd paste hij perfect bij een zelfverzekerde jongen die later moeiteloos door het leven zou bewegen.
Ik was er oprecht trots op.
En nu, jaren later, merk ik:
die naam valt nergens echt in de smaak.
Het begon met kleine reacties
In het begin hoorde ik het niet. Of ik wilde het niet horen.
Maar langzaam vielen de reacties me op.
“Kenzie?”
“Is dat met een z of met een s?”
“Oh… ik ken dat eigenlijk alleen als meisjesnaam.”
“Bijzonder, zeg.”
Altijd vriendelijk. Altijd met een glimlach.
Maar nooit met: “Wat een mooie naam.”
Op school werd het ongemakkelijk
Bij de eerste schooldag werd zijn naam hardop voorgelezen. De juf aarzelde. Keek nog even op de lijst.
“Ken… zie?”
Mijn zoon stak zijn hand op. Corrigeerde haar. Routine inmiddels.
Later vertelde hij dat kinderen vroegen of hij eigenlijk een meisje was. Of dat het een bijnaam was. Of zijn echte naam “nog moest komen”.
Niet gemeen. Gewoon nieuwsgierig.
Maar nieuwsgierigheid kan ook schuren.
Mijn zoon zelf
Het lastigste is: hij haalt zijn schouders op. Meestal.
Soms zegt hij:
“Het is gewoon mijn naam.”
En soms zegt hij:
“Waarom vonden jullie die naam zo leuk?”
Dat is geen verwijt.
Maar het voelt wel zo.
Spijt? Of mildheid?
Heb ik spijt?
Soms.
Niet omdat Kenzie geen goede naam is.
Maar omdat ik toen vooral dacht aan mijn smaak. Aan hoe ik wilde dat het klonk. Aan hoe het mij liet voelen.
En minder aan hoe het zou zijn om ermee op te groeien, met zoiets wat toen hip leek…’