‘Ik dacht cool te zijn maar de naam van mijn zoon voelt nu hij 1 jaar is, helaas toch wat suf’
‘Toen mijn zoon werd geboren, voelde zijn naam als een statement. Uniek, een tikje eigenzinnig, en vooral: anders dan anders. Ik dacht eerlijk gezegd dat het best cool was. Een naam met karakter. Een naam die zou opvallen. Maar nu hij één jaar is, bekruipt me steeds vaker een ander gevoel. Ik baal stiekem. Heel gek, ik weet het.
De naam Calvijn… voelt ineens een beetje suf.
Het is een ongemakkelijke gedachte. Want een naam kies je niet zomaar. Je wikt en weegt, maakt lijstjes, zegt hem hardop, schrijft hem op geboortekaartjes in gedachten. Je stelt je voor hoe een juf hem roept op het schoolplein. Hoe vrienden hem gebruiken. Hoe hij zelf zijn naam later zal zeggen. En toch — hoe zorgvuldig je ook kiest — kan het gevoel veranderen.
Misschien komt het doordat een naam eerst vooral een idee is. Iets abstracts. Maar zodra je kind groeit, een persoonlijkheid krijgt, begint te brabbelen, te lachen, te ontdekken… dan wordt die naam ineens heel concreet. En soms blijkt die minder goed te passen dan je dacht.
Ik vind het opeens wat nerdy, terwijl mijn knulletje echt een stoere bink is. Hij een rauwdouwer en nergens bang voor. Zijn naam is zo… Keurig?
Sorry, de naam van je zoon is suf
En dan komt de twijfel. Had ik iets luchtigers moeten kiezen? Iets tijdlozers? Iets dat minder “bedacht” voelt? Het is geen spijt — niet helemaal — maar wel een soort schuring tussen verwachting en realiteit. En een soort van schaamte omdat ik dit nu denk…
Wat deze gevoelens lastig maakt, is dat ze niet vaak hardop worden uitgesproken. Want een naam… die verander je niet zomaar. Het voelt definitief.
Misschien wordt Calvijn uiteindelijk precies wie zijn naam nodig heeft. Of misschien wordt de naam vanzelf lichter, warmer, speelser — simpelweg omdat hij eraan vastzit. Ik voel me nu stom erover. En ik denk dan steeds dat andere mensen dit ook denken als ik hem voorstel.
En tot die tijd? Is het oké om af en toe te denken: hmm… was dit het nou? Dat maakt je geen slechte ouder. Alleen een eerlijke.’