‘De lange chique naam van mijn dochter hoor je maar zelden en dat vindt ze niet zo leuk’

27.03.2026 11:08

‘Ze moet haar lange naam vaak herhalen, onze dochter van 7. Je hoort ‘m ook gewoon niet vaak, terwijl het geen gek uit te spreken naam is…’

Mijn dochter zucht dan zachtjes. Niet omdat ze haar naam niet mooi vindt — integendeel — maar omdat ze hem zo vaak moet herhalen. Haar naam is Ellemijn. Een lange, chique naam, eentje die je niet elke dag hoort. En juist dat maakt het soms lastig.

Toen we haar naam kozen, voelde het meteen goed. Ellemijn klonk zacht en krachtig tegelijk, klassiek maar toch eigen. Geen naam die je op elke hoek van de straat hoort, geen naam die verdwijnt in een klaslijst vol dezelfde klanken. We wilden iets bijzonders, iets dat bij haar zou passen — nog voordat we haar überhaupt kenden.

En dat doet het ook. Ze ís een Ellemijn.

Maar in het dagelijks leven merkt ze dat bijzonder zijn twee kanten heeft. Waar andere kinderen hun naam gedachteloos uitspreken en meteen begrepen worden, moet zij vaak even wachten. Leerkrachten struikelen er soms over bij de eerste keer voorlezen. Nieuwe vriendjes kijken haar vragend aan. “Ellemijn… hoe schrijf je dat?”

Het zijn kleine momenten, maar ze stapelen zich op.

Laatst zei ze: “Mama, waarom hoor je mijn naam nooit?”
Dat raakte me meer dan ik had verwacht.

Want ze heeft gelijk. Je hoort zelden iemand roepen: “Ellemijn!” op een speelplaats. Geen sleutelhangers met haar naam, geen standaard mokken of fietsstickers. Haar naam bestaat vooral in haar eigen wereld — en een beetje in die van ons.

En toch… zit daar ook iets moois in.

De lange naam van mijn dochter

Want als iemand haar naam eenmaal kent, vergeten ze hem niet snel meer. Hij blijft hangen. Hij heeft iets elegants, iets eigens. Ellemijn hoeft hem niet te delen met drie klasgenootjes of vijf teamgenoten. Haar naam is echt van haar.

Langzaam begint ze dat ook te zien. Dat haar naam misschien niet de makkelijkste is, maar wel een van de meest unieke. Dat het iets zegt over wie ze is: iemand die niet zomaar opgaat in de massa.

Soms oefenen we samen hoe ze hem zelfverzekerd kan zeggen. Niet zachtjes en twijfelend, maar duidelijk en trots:
“Ik ben Ellemijn.”

En elke keer klinkt het een beetje steviger.

Misschien is dat wel het mooiste aan een naam die je zelden hoort — dat je leert om hem zelf te dragen, om hem betekenis te geven. Niet omdat anderen hem kennen, maar omdat jij weet dat hij bij je hoort.

En eerlijk?
Wij zouden nog steeds geen andere naam voor haar kiezen.