‘Ben ik nou vals omdat ik niet nóg een babyshower voor mijn beste vriendin haar tweede kind organiseer?’
‘Ik merk dat het al een tijdje door mijn hoofd speelt, zo’n vraag die steeds even opkomt en waar ik dan snel weer overheen probeer te stappen. Maar hij blijft terugkomen: ben ik eigenlijk een slechte vriendin als ik geen babyshower organiseer voor haar tweede kind?
Mijn beste vriendin is zwanger. En echt — ik ben oprecht blij voor haar. Ik weet hoeveel ze van moeder zijn houdt, hoe graag ze dit wilde, en hoe leuk ze het vindt om straks weer zo’n kleintje vast te houden. Maar ergens, tussen die blijdschap door, zit ook een soort lichte spanning. Want ja… bij haar eerste heb ik een babyshower georganiseerd.
En niet zomaar eentje.
Ik had er toen echt werk van gemaakt. Alles klopte. Van de versiering tot de spelletjes, van de taart tot de uitnodigingen. Ik vond het leuk om te doen, het voelde bijzonder, bijna een soort mijlpaal. Haar eerste baby. Dat moment waarop alles nieuw is en groots voelt.
Maar nu is ze dus zwanger van haar tweede.
En hoe blij ik ook ben, het voelt anders.
Niet minder belangrijk — absoluut niet — maar gewoon… anders.
Hoort een babyshower bij een tweede kind?
Ik merk dat ik mezelf afvraag of ik dat hele circus nog een keer wil optuigen. Of het logisch is om weer iedereen bij elkaar te brengen, weer cadeaus te regelen, weer datzelfde moment te creëren terwijl het eigenlijk niet meer hetzelfde moment is. En ergens voelt het een beetje overdreven, alsof we iets herhalen wat juist bijzonder was omdat het de eerste keer was.
Tegelijkertijd zit er ook een stemmetje dat zegt: ja maar, misschien verwacht ze het wel. Misschien denkt ze dat het er gewoon bij hoort. En wat als ze het stiekem jammer vindt als er niks komt? Wat zegt dat dan over mij?
Dat vind ik misschien nog wel het lastigst. Niet eens de babyshower zelf, maar het idee dat het lijkt alsof ik minder moeite doe. Alsof het tweede kindje minder “gevierd” wordt. Terwijl dat helemaal niet zo is.
Maar als ik eerlijk ben, heeft het ook gewoon met mij te maken. Met mijn tijd, mijn energie, en ja — ook mijn zin. Het voelt niet meer zo vanzelfsprekend als de eerste keer. En misschien is dat ook logisch. Niet alles hoeft elke keer even groot of even uitbundig… Toch? Of ben ik nou lullig bezig?’