Moeten baby’s en dreumesen straks ook mondkapjes dragen?

Het coronavirus houdt ons al maanden in de greep en nu begint de hele discussie over het wel of niet moeten dragen van mondkapjes. De overheid in Nederland lijkt overstag: het dringende advies is om een mondkapje op openbare plekken te dragen. Maar hoe zit dit met jonge kinderen?

Moeten baby’s en dreumesen ook mondkapjes op? Bijvoorbeeld in het ov, waar het voor volwassenen wel verplicht is?

Onduidelijk

Het RIVM en NS hebben hier nog geen antwoord op, al staat er in een uitleg over mondkapjes op de website van het RIVM dat het niet is aanbevolen om kinderen jonger dan 3 jaar een mondkapje te laten dragen. In Duitsland moeten kinderen vanaf 6 jaar een mondkapje op, in België vanaf 12 jaar. Gebeurt dit niet, dan riskeer je een boete.

Overigens zijn de regels voor jonge kinderen in ons land ook anders. ‘Kinderen tot en met 12 jaar hoeven onderling én tot volwassenen geen 1,5 meter afstand te houden. Dit geldt ook op de kinderopvang en het basisonderwijs.’ Of zij dus mondkapjes moeten dragen, is niet duidelijk, maar waarschijnlijk is dat niet zo. Het lijkt erop dat dit pas vanaf een leeftijd van 12 jaar geldt. Vrijdag zal het kabinet meer duidelijkheid geven over het wel of niet moeten dragen van mondkapjes.

Effect of niet

Het RIVM meldt nu het volgende over mondkapjes in heel Nederland: ‘De literatuur (onderzoeken, dus. red.) is niet eenduidig over het effect van het dragen van niet-medische mondkapjes in openbare ruimten. Waarschijnlijk helpen mondkapjes maar beperkt bij het voorkomen van besmetting van anderen. Als iedereen zich houdt aan de basisregels, is het niet nodig om een mondkapje te dragen. (Dus: blijf thuis bij klachten, laat je testen, houd afstand , vermijd drukte en  houd je aan de hygiënemaatregelen). Daarom geeft het OMT Outbreak Management Team geen richtinggevend positief advies over mondkapjes in de openbare ruimte. Overigens hangt de effectiviteit van een niet-medisch mondkapje sterk af van de kwaliteit van de materialen, pasvorm en de wijze waarop de gebruiker met het mondkapje omgaat.’

Bron: RIVM