verlatingsangst

Déze regel werkt het beste als je kind last heeft van verlatingsangst

Kinderen zijn van nature dolgraag bij hun moeder en vader: zij zijn het die het meest voor hen zorgen. En dat hebben ze door. 

Ze voelen zich daarom veilig en vertrouwd bij een moeder of vader. Thuis is een fijn plekje waar ze zichzelf kunnen zijn en waar ze het kennen. Dat kinderen gehecht raken aan hun ouders of primaire verzorgers, gebeurt al in de babytijd.

Vlug, kus, doei, gaan
Het is heel normaal gedrag als een jong kind moet huilen als de moeder of vader weggaat. Al is het om een vuilniszak weg te gooien: voor je het weet staat er een peuter te snikken bij de deur. Maar wat kun je nu het beste doen tegen verlatingsangst, volgens experts? Er is eigenlijk 1 regel die je vooral moet volgen en dat is: hou het afscheid nemen kort.

Maak er geen beladen en groot moment van waarin je het een halfuur uit gaat leggen dat mama ‘even moet werken of weg moet’. Zeg dat je eventjes weg bent en dat de oppas/opa en oma/tante er is om gezellig mee te spelen. Geef een dikke knuffel en kus, een aai en ga dan écht weg. Kom niet nog drie keer terug, ook al hoor je gehuil. Het maakt het afscheid nemen van mama alleen maar dramatischer en de verlatingsangst groter. Je maakt het moment van weggaan anders veel te dramatisch, waardoor kinderen alleen maar emotioneler worden.

Zeg vooral dat je ‘straks’ weer terug komt en kom die belofte ook na: als je kind maar vaak genoeg merkt dat je weer terugkomt als je weggaat, wordt het minder huilerig bij het dag zeggen. Wat ook kan helpen is oefenen – probeer elke dag even een moment weg te lopen van je kind terwijl je ze eerst uitlegt dat je zo weer terug bent. Dat oefenen helpt om te zien dat er niets ergs gebeurt als je even naar buiten loopt.

Bron: Famme

Geef jezelf een stijlvolle make-over met deze heerlijke zwarte items: